Simon De Graeve

De Vlaamse sociaaldemocratie

Van emancipatie naar ‘gelijke kansen’


Geschreven: juni 2007
HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, juli 2007


De SP.A kreeg een uppercut van jewelste bij de verkiezingen van 10 juni. Heel wat krantencommentatoren en media-politicologen gaan inmiddels op zoek naar de redenen voor het forse SP.A-verlies. Simon Degraeve, lid van de SAP van Gent, graaft voor Rood een beetje dieper. Zijn analyse start bij het verkiezingscongres van de SP.A op 5 mei, waar de kiescampagne officieel van start ging. Eens was het absoluut engagement van de BWP en later de BSP de emancipatie van de arbeidersklasse. Nu klinkt de pathetische slogan ‘gelijke kansen voor iedereen’. Maar wie is iedereen?

Het protest van het ABVV na de ondertekening van het generatiepact toont hoezeer de socialistische partij voeling heeft verloren met de objectieve belangen van haar natuurlijke kiezerspubliek; dat m.a.w. de SP.A niet meer de politieke verdediger is van de sociale verworvenheden van de loontrekkenden. We kunnen ons dus terecht de vraag stellen of de SP.A-top nog weet wat leeft bij zij die hun arbeidskracht moeten verkopen. Dat wordt duidelijk wanneer we hun ideologie erop nalezen. De ideologie die eens zeer belangrijk was in de schoot van de socialistische partij, is nu helemaal verworden tot slogans, slagzinnen en holle retoriek. Wat nu primeert, is het prestige van de partijtop in de media.

Flauw afkooksel

Het SP.A-verkiezingsprogramma is de vertaling van de partijstandpunten. Dat zou dus de actualisering van de ideologie in concrete actiepunten moeten zijn. Het verkiezingsprogramma van de SP.A bestaat uit vier plannen met de gevleugelde titels: Samen voor een nieuw sociaal model, Het klimaatplan, De wereld is van iedereen en Elk kind schoon kind. Deze vier plannen zijn een uiting van de partijstandpunten en van het zeer korte document Principes voorop. Dit is zowat de essentie van de nieuw bijeengeraapte SP.A-ideologie.

De leidraad van deze principes is ‘Gelijke kansen voor iedereen’. Is dit een conclusie getrokken op basis van een reële situatie, of een flauw afkooksel van een socialistisch principe? Eens was het absoluut engagement van de BWP en later de BSP de emancipatie van de arbeidersklasse. Nu klinkt de pathetische slogan ‘gelijke kansen voor iedereen’. Wie is iedereen? Het suggereert dat iedereen, de gehele maatschappij, dezelfde materiële belangen heeft. Dat de hoofdaandeelhouder op dezelfde manier baat heeft bij ‘gelijke kansen’ als de arbeider, de manager en de middenstander, de ambtenaar en de landbouwer, de arts en de verpleegkundige, enz...

Het Groot Onderhoud

Deze slogan is niks anders dan een verkiezingsslogan. Achttien jaar trouw uitvoeren van een neoliberaal beleid en als gevolg daarvan het drastisch afkalven van haar kiezerspubliek, de arbeidersklasse, in combinatie met het ingrijpende Agusta-schandaal brachten de toenmalige SP in zo’n diepe crisis, dat ze wel verplicht was haar discours te veranderen om ook andere kiezers aan te trekken. De ‘oude, socialistische’ principes en recepten werden overboord gegooid en vervangen door het Groot Onderhoud (2002), de ideologische herbronning van de SP.A. De diepgaande sociologische categorieën ‘iedereen’, ‘de mensen’, ‘gelijke kansen’, ‘gelijke rechten en plichten’, ... werden erin ontwikkeld. Het zijn de sleutelbegrippen van de nieuwe, gesimplificeerde ideologie van de SP.A, toepasbaar op een maatschappij met problemen die god-weet-waar vandaan komen.

• Uit Gelijke kansen voor iedereen’ wordt zonder meer afgeleid dat die gelijke kansen de garantie zullen bieden op ‘gelijke vrijheid voor iedereen’. “Wij willen de samenleving zo organiseren dat elk individu maximaal de kans heeft om keuzes te maken.”, luidt het. Dat betekent dat externe factoren waaraan wij onderhevig zijn, zoals de kapitalistische werking van de economie geen vat meer op ons zullen hebben als we maar maximaal de kans krijgen om keuzes te maken. Een volgende logische stap is dat al diegenen die uit de boot vallen, hun kansen niet ten volle benut hebben en dat het dus hun eigen schuld is. Een verglijding naar het liberalisme.

Discriminatie moet bestreden worden. ” We moeten echter ook de discriminatie wegwerken die het gevolg is van minder talent, financiële beperkingen, ongelijke economische macht of van tegenslag.” De oorzaken hiervan worden niet genoemd, dus laten we van bovenaf corrigerend de symptomen bestrijden in plaats van de oorzaken. De slachtoffers van deze economische discriminatie (vaak dezelfden als van raciale, geslachtelijke en andere discriminatie; vanwaar komt die economische discriminatie?) de beslissingsmacht in handen willen geven om de oorzaken ervan zelf te bestrijden in een radicaal uitgebreide democratie, komt niet op in het brein van de programmamakers.

• In navolging van punt 1, vervolgt men: “Wie de kans krijgt om zijn levensweg te bepalen, heeft de verantwoordelijkheid om die kansen te grijpen. sp.a gaat er dus niet van uit dat er alleen rechten zijn en geen plichten. Maar het is pas sociaal aanvaardbaar om over plichten te spreken, als rechtvaardige rechten gewaarborgd zijn. Wij mogen, als beweging die zo sterk voor rechtvaardige rechten ijvert, meer dan welke andere beweging plichten opleggen.” Die rechtvaardiging ademt de SP.A uit in zijn verkiezingsprogramma, maar nog veel duidelijker in haar tewerkstellingsbeleid van de afgelopen jaren.

Volwaardig werken in nepstatuten?

Dat is de theoretische bovenbouw, zeg maar de ideologie in een notendop van de SP.A. In Samen voor een nieuw sociaal model wordt het verkiezingsprogramma op het vlak van tewerkstelling en sociale zekerheid uit de doeken gedaan. Ik licht er de tekenende voorbeelden uit. Ooit streden socialisten tegen herstructureringen en ontslagen, nu heet het “We vinden dat er strikte regels moeten zijn waaraan werkgevers zich moeten houden in crisissituaties en tijdens herstructureringen. Werknemers moeten de zekerheid hebben dat ze bij ieder ontslag begeleid worden in hun zoektocht naar nieuw werk. De overheid moet begeleiden, de werkgevers moeten outplacement aanbieden.” Maar toch belooft Johan Vandelanotte 260.000 nieuwe jobs na de volgende legislatuur. In Samen voor een nieuw sociaal model heet punt 1 ‘Volwaardig werk voor iedereen’. Betekent dit dan ook dat nepstatuten zoals PWA, dienstencheques en interimcontractjes bij die 260.000 zullen gerekend worden? De twee jaar lopende contractjes voor schoolverlaters (neergelegd in een ontwerpdecreet om jongerenwerkloosheid te bestrijden), horen die er ook bij? Is dit voor SP.A volwaardig werk? 260.000 jobs erbij, brengt ons naar het volgende punt. Meer participatie, dus meer mensen aan het werk. Welk werk? Meer variatie, groepen die gediscrimineerd worden moeten meer aan bod komen. Volledig mee eens. Hoe zal SP.A dit aanpakken? Nog wat gegoochel met slogans maakt duidelijk dat werknemers flexibel zouden moeten kunnen gebruik maken van tijdskrediet, naschoolse opleidingen en soorten loopbaanonderbreking. Hoe zal dat concreet gebeuren? De VDAB zal in deze eens te meer de heilige koe van de SP.A blijken. Opleidingen in het kader van het zogenaamd levenslang leren, focus op competenties waarbij men ervan uitgaat dat goede arbeid steunt op levenslange ontwikkeling in de plaats van levenslange tewerkstelling (!).

Terug naar het utopisch socialisme?

Nog zo’n quote uit het SP.A-programma: “We hebben nood aan bedrijven die maatschappelijke winst nastreven door hun personeelsbeleid af te stemmen op loopbaanontwikkeling of door strategisch bezig te zijn met duurzaamheid.” We zijn teruggekeerd naar het tijdperk van de utopische socialisten, die denken dat wanneer ze een idee poneren dat idee uit te voeren valt zonder rekening te houden met de maatschappelijke context. Er bestaan in de kapitalistische productiewijze geen bedrijven die produceren op een maatschappelijk verantwoorde manier. Het is dus ondenkbaar dat in de huidige maatschappij bedrijven in de eerste plaats maatschappelijk verantwoorde winst zullen nastreven. Het doel van bedrijven is in de eerste plaats winst maken, ongeacht op welke manier dat moet gebeuren. Het hele beleid van een bedrijf is slechts gericht op het nastreven van winst, tenminste winstmaximalisatie. In tweede instantie streeft een bedrijf de accumulatie van winst na. In het hele programma tot nu toe wordt geen enkel verregaand engagement geëist van werkgevers!

Het volgende punt is niks anders dan de formulering van het generatiepact, dat op zeer pedante wijze werklozen gaat culpabiliseren alsof zij en masse genoegen nemen met een werkloosheidsuitkering. Werklozen hebben ‘plichten’, en moéten actief op zoek gaan naar werk. Dit is de actualisering van de ideologie van de SP.A die ik daarstraks besprak, waarbij wie uit de boot valt zijn ‘plichten’ dus niet ter harte heeft genomen. Het werkelijk sociale is dan ook dat wie zijn ‘plichten’ niet heeft opgenomen, zijn werkloosheidsuitkering zal verliezen.

En de plichten van de... patroons?

De ‘activering’ van de 50-plussers blijft voor de SP.A prioritair. Een individualistische en eenzijdige benadering valt hier nogmaals op. Bij herstructuringen zijn 50-plussers de eersten die afgedankt worden, en meestal genoten ze dan van brugpensioen. Tegenwoordig is dat ‘passief’. Het generatiepact voorziet in een tewerkstellingscel die ontslagen werknemers opnieuw aan een baan moet helpen, waarbij er duchtig met vacatures zal gezwaaid worden waarop ingegaan moet worden, op straffe van verlies van uitkering. Maar opnieuw verliezen onze theoretici een belangrijk economisch gegeven uit het oog. Vanuit het standpunt van productiviteit is het bij herstructureringen het meest interessant de oudste werknemers (50-plussers) te ontslaan omdat zij hoge loonkosten betekenen. Zullen andere werkgevers in net dezelfde economische realiteit bereid zijn een werkloze 50-plusser aan te nemen aan dezelfde loonhoogte? Wat als de 50-plusser geen geschikte vacature vindt en zodoende zijn ‘plicht’ niet nakomt, verliest hij dan ook zijn brugpensioen zoals een schoolverlater zijn werkloosheidsuitkering? De werknemer wordt om de oren geslagen met plichten, maar waar eist de SP.A engagementen van werkgevers? Wat zijn hun plichten?

Socialisme?

Op basis van de ideologie en het tewerkstellingsprogramma én het beleid dat de SP.A nu al 18 jaar onafgebroken mee uitvoert, is de conclusie simpel: de SP.A is niet socialistisch, maar hooguit links-liberaal. Wat is socialisme? Er bestaan meerdere definities voor, en de SP.A lijkt voor geen enkele in aanmerking te komen. De eerste komt uit Van Dale, en slaat op de productiewijze die de kapitalistische productiewijze moet vervangen: “socialisme: wijze van samenleving gericht op afschaffing van privékapitaalbezit, socialisatie van de productiemiddelen en gemeenschappelijke voorziening in de behoeften van haar leden”. Dit is duidelijk niet het doel van de SP.A. Dat maakt ze al zo’n 100 jaar duidelijk.

Een andere definitie van socialisme slaat op het streven naar die andere wijze van produceren, of ruimer, samenleven. Dan is de hele bestaansreden, de politieke actie van een partij die zichzelf socialistisch noemt erop gericht zo’n wijze van samenleving na te streven. Alles, ideologie, programma, strategie, politieke actie zijn dan ingegeven door de consequente wil dat hoger doel te bereiken. De partij is het middel, het werktuig om dat doel na te streven. De SP.A is niet zo’n werktuig. Het is zelfs niet het werktuig van de status-quo, maar dat van de neoliberale afbraak. Niet in laatste instantie is het ook het werktuig van carrièreplanning en baantjesjagerij, van statusontwikkeling en persoonlijke verrijking. Een ministerportefeuille is het ultieme streefdoel.

Het is echter typisch Belgisch dat partijen zichzelf het recht voorhouden te bepalen wat ‘hun’ ideologie is, zelfs al wijkt die definitie volledig af van het originele. Feit is dat ‘gelijke kansen voor iedereen’ geen opstap is naar een wijze van samenleving gericht op afschaffing van privékapitaalbezit, socialisatie van de productiemiddelen en gemeenschappelijke voorziening in de behoeften van haar leden. Het discours en de intenties van de SP.A liggen duidelijk elders.


Zoek knop